Als u, in goed overleg met de behandelend arts, hebt besloten dat u geopereerd wilt worden voor de refluxziekte, zal dat vaak een "Toupet fundoplicatie" zijn. Hieronder vindt u enige informatie om rekening mee te houden ter voorbereiding op uw operatie.

Risico's gerelateerd aan de operatie: wat moet u weten?

Geen enkele operatie is zonder risico's. Zo zijn ook bij deze operatie de normale risico's op complicaties aanwezig, zoals een (na) bloeding, een wondinfectie, trombose of een longontsteking.

Daarnaast kunnen bij deze operatie nog enkele specifieke complicaties optreden zoals een miltbloeding. Hiervoor moet soms de milt tijdens de operatie worden verwijderd. Dit gebeurt dan meestal door een incisie (snee) in de buikwand te maken, omdat er dan snel en veilig gehandeld moet worden. Ook bestaat er een kans op beschadiging en lekkage de inhoud van andere organen, zoals de maag, slokdarm of darm. 

Bij een laparoscopische operatie geldt dat u de eerste dagen na de operatie wat pijn op de schoudertop kunt hebben. Dit komt door het gas (koolzuurgas) waarmee de buik opgeblazen wordt om de laparoscopie mogelijk te maken. Dit kan een zenuw kan prikkelen die naar de schoudertop loopt. De buikwand zal ook pijn doen als gevolg van het tijdelijk fors opgerekt zijn van de buikspieren. 

Houd er rekening mee, dat u na de operatie vaker kleine porties zult moeten eten omdat u meestal niet in één keer een grotere maaltijd kunt eten. Het kan zijn dat het eten niet goed zakt of passeert. U zult waarschijnlijk een aantal kilo's afvallen in de eerste weken na de operatie. Na enige tijd verdwijnen deze klachten meestal vanzelf.

Tenslotte geldt dat de zenuwtakken die via de slokdarm naar de maag en darmen lopen beschadigd of geprikkeld kunnen raken. Hierdoor kunnen vage klachten en passageproblemen optreden, zoals dysfagie (problemen / klachten met slikken), een tragere maagontlediging, misselijkheid en/of een vol gevoel.   Dit gaat soms niet over; en is ook met medicijnen of een re-operatie meestal niet meer goed te verhelpen. 

De chirurg zal met u de risico's rondom de operatie bespreken. Het is van belang, dat hiervoor de tijd genomen wordt en dat u pas instemt met de operatie als u de informatie ook begrepen hebt en bereid bent de risico's, zoals met u besproken, te accepteren ('informed consent').

Soms zal de chirurg het nodig vinden u nog naar de cardioloog, internist of longarts te verwijzen (consult) voordat de operatie plaats kan vinden.

Vraag de chirurg in ieder geval ook naar waar de operatie gaat plaatsvinden, wie de operatie naar alle waarschijnlijkheid gaat verrichten en naar de plaats waar u voor de operatie in het ziekenhuis opgenomen moet worden. Steeds vaker vindt de anti-refluxoperatie in dagbehandeling plaats, waarbij u als alles goed is gegaan en uw pijn onder controle is, nog diezelfde dag naar huis mag. 

Voorbereiding op de operatie

De operatie vindt plaats onder volledige narcose (anesthesie). Het is niet mogelijk de operatie onder plaatselijk verdoving of met een 'ruggenprik' te ondergaan. Vóór de operatie plaats kan vinden gaat u naar het spreekuur van de anesthesioloog (pre-operatieve screening). De anesthesioloog schat in welke risico's in uw geval verbonden zijn aan de operatie en de narcose;  en hoe deze zo veel mogelijk kunnen worden beperkt. Als u medicijnen gebruikt (bijvoorbeeld bloedverdunners), bespreekt de anesthesioloog met u hoe u hiermee moet omgaan in de periode rond uw operatie. Controleer altijd of de anesthesioloog op de hoogte is van uw huidige medicijngebruik en uw allergieën. Neem een lijstje mee van de apotheek met de medicijnen die u voorgeschreven zijn; vermeld hierop ook medicijnen die u eventueel daarnaast nog gebruikt.  Als u plasproblemen hebt, vermeld dit dan.

Als uw buik erg behaard is, is het verstandig zelf uw buikhuid minimaal 48 uur voor de operatie te (laten) scheren; liefst met de tondeuze. Pas hierbij op dat u zich niet verwondt. Dit zorgt ervoor dat de operatiepleisters beter plakken. Overleg bij twijfel op het polikliniekbezoek vóór de operatie of dit voor u verstandig is.  

In de regel mag u vanaf 24:00, de avond vóór uw operatie, niets meer eten, alleen nog een beetje water of thee (zonder melk) drinken en liever ook niet meer roken. Uw medicatie mag u, in overleg met de anesthesist, op de operatiedag zelf meestal nog wel innemen. 

De dag van de operatie

De anesthesist heeft met u afgesproken of u op de dag van de operatie zelf nuchter komt en opgenomen wordt, of dat u eerder opgenomen moet worden in verband met  bijvoorbeeld het voorbereiden van de longen op de operatie door medicijnen.  

Wordt u op de dag van de operatie zelf opgenomen, trek dan comfortabele, niet-knellende kleding aan. Laat waardevolle spullen en sieraden zoveel mogelijk thuis. Zorg ervoor, dat er iemand thuis telefonisch te bereiken is en geef bij opname het telefoonnummer van diegene door, of kom samen.

Voor de operatie krijgt u operatiekleding aan. Ter voorbereiding op de narcose krijgt u van de anesthesist vaak nog enige medicatie ter voorkoming van trombose en/of om rustiger te worden. Wanneer u aan de beurt bent, brengt de verpleegkundige u naar de operatiekamer. U krijgt een infuus in de arm. U krijgt meestal geen blaascatheter.

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer (recovery) gebracht. Hier wordt gecontroleerd of het naar omstandigheden goed met u gaat, uw pijn onder controle is of dat er meer pijnstilling nodig is,  en worden uw pols, bloeddruk en ademhaling gecontroleerd. Na enige tijd, wanneer uw pols, bloeddruk en ademhaling goed zijn en u goed wakker bent, gaat u terug naar de verpleegafdeling van de kliniek of de dagbehandeling. U mag na de operatie als u goed wakker bent direct slokjes dringen. 

Vóórdat u naar huis gaat, krijgt u nog instructies van de operateur, de verpleegkundige en de anesthesist en wordt uw pijnmedicatie voor thuis besproken en een post-operatieve poliafspraak gemaakt. U krijgt te horen hoe te handelen in geval van acute problemen thuis. Het is onverstandig om zonder begeleiding naar huis te gaan, en u mag zeker niet zelf autorijden op de dag van de operatie. In de regel wordt u, zeker als u in dagbehandeling geopereerd wordt, de dag erna thuis gebeld om te horen hoe het gaat. Meestal mag u de dag na de operatie al stoppen met de zuurremmende medicijnen.

Het is verstandig de eerste week geen 'fysiek scherpe' voedingsmiddelen te eten, zoals harde tortillachips, kipkluifjes of vis met risico op graten; en vooral ook het eten goed te kauwen voordat u het doorslikt. ZIt rechtop tijdens het eten, eet rustig en drink hierbij geen koolzuurhoudende dranken. De meeste mensen eten de eerste week vooral (dik) vloeibaar of zacht voedsel, en breiden geleidelijk uit naar een normaal dieet. Zorg ervoor, dat u wel in beweging blijft, en dat u zo min mogelijk hoeft te tillen en niet hoeft te persen op het toilet. 

Meestal worden de laparoscopie wondjes in de buikwand onder de huid gehecht. Er hoeven dus meestal geen hechtingen verwijderd te worden. De operatiepleister mag de dag na de operatie, meestal na het douchen, verwijderd worden. Een nieuwe pleister is niet nodig, behalve als de wondjes nog iets nalekken. De kleine hechtpleisters (steristrips) die soms direct op de wondjes geplakt zijn kunt u na 5 dagen zelf verwijderen. Baden en zwemmen mag na 2 weken (niet te lang en niet te heet). Tenzij de anesthesist/ uw chirurg dit anders met u afspreekt, mag u direct de dag na de operatie al stoppen met de anti-reflux medicijnen.  

U bent direct na de operatie meestal 'niet ziek, maar wél geopereerd', en de buikwand kan de eerste tijd pijnlijk zijn. Misschien hebt u nog wat minder energie, en lukt het eten nog niet zo goed.  Doe daarom de eerste dagen rustig aan en regel vóór de operatie dat u thuis rustig kunt herstellen. Breid uw activiteiten uit afhankelijk van hoe u zich voelt. U voelt zelf vaak het beste aan, wanneer u weer kunt gaan werken. Dit is natuurlijk ook afhankelijk van het werk wat u doet.  Meestal kunt u enkele dagen na de operatie al wel weer fietsen en autorijden. 

Wanneer moet u zelf contact opnemen na de operatie? 

U krijgt een poliafspraak na de operatie. Het is moeilijk voor een patiënt om te beslissen wanneer hij of zij het ziekenhuis moet bellen. Een patiënt weet immers niet wat nu precies 'normaal' is of past bij het beloop van deze operatie.  Enige algemene regels zijn er wel: 

Als de wonden rood worden, nabloeden, pus produceren dan moet u contact opnemen. Ook als u koorts krijgt hoger dan 38.5° Celsius moet u contact opnemen. Bij pijnklachten die niet minder worden na het gebruiken van wat de anesthesist met u afgesproken heeft, is contact opnemen verstandig. U moet ook naar het ziekenhuis bellen als u kortademig wordt, of aanhoudend moet hoesten, als u helemaal niet kunt eten of drinken, of als u gaat braken.